Het hulpgemaal: Grootslag II te Broekerhaven.

Op 1 juni 1972 kwam er officieel een einde aan het tijdperk dat er, behalve in Andijk, ook in Broekerhaven zorg werd gedragen voor de waterhuishouding in de polder het Grootslag. Reeds vóór 1616 stonden er tot dat doel 4 molens iets ten zuidwesten van de Broekerhaven. In dat jaar werd de 5e molen bijgeplaatst. Op de plaats van het huidige stoomgemaal lag een een plas, “de oude kolk”genaamd. Door deze sluiskolk werd het water uit de poldersloten met behulp van de windmolens in de voormalige Zuiderzee, thans Markermeer/IJsselmeer, geloosd

In 1906 besloot het polderbestuur de molens van Broekerhaven te vervangen door een stoomgemaal “het Zuidergemaal”. Het gemaal werd gebouwd op de plaats van “de oude kolk” De zuider-molens te Broekerhaven dienden te worden ontmanteld en gesloopt. Het houtwerk van de gesloopte molens werd gebruikt bij de bouw van de loods van het nieuwe gemaal. De schoorsteen werd gebouwd op 40 palen en de pijp bevatte 2 vuurgangen, terwijl het trekgat was voorzien van een ijzeren luik. Na het gereedkomen der bouwwerkzaamheden werd op 2 december 1907 een aanvang gemaakt met het proefmalen te Broekerhaven.

De Stoom-ketel 

De ketel van het gemaal diende om de 4 jaar aan een grondig onderzoek te worden onderworpen. De vorming van haarscheurjes in de ketelwand en andere oneffenheden waren uit den boze. Wanneer er namelijk een calamiteit plaats zou vinden op het moment dat de ketel, die een beveiliging tot 10 atmosfeer had, vol onder vuur stond dan zouden de gevolgen voor de Broekerhaven niet te overzien zijn. Voor de stoomketel werd zoet leidingwater gebruikt. Het IJsselmeerwater (voor de inpoldering) was zout en brak en ook het polderwater was evenmin geschikt voor de ketel van de stoommachine.

Daarom werden er, onder de bebouwing van het gemaal en in de grond achter de kolenloods, kelders aangelegd, waarin zich een grote voorraad water bevond welke als reserve achter de hand gehouden werd.
Als er hevige regenval en daaruit voortvloeiende wateroverlast werd verwacht, dan diende men het gemaal al 24 uur voordat het op volle kracht zijn werk zou kunnen doen in gang te zetten. Daartoe was een hoeveelheid van 10 ton briketten als brandstof nodig. Deze werden opgeslagen in de kolenloods, het huidige “Markermeerlogies”.

Afval uit de polder

Machinist Meiderd Deen, woonachtig in de machinistenwoning naast het gemaal, haalde per jaar ruim 300 ton vuil bij zijn gemaal uit het water. Vooral hout was een hardnekkige vijand.
In de bloemkooltijd dreven vanuit een groot gedeelte van de polder en vanuit de veiling de “Tuinbouw” bloemkolen en vooral dekbladen ervan richting gemaal en vormden daar een groen tapijt op het water.
Wanneer na een winter met ijs weer werd begonnen met het voluit bemalen, dan vormden zich voor de kroosbrug grote bergen zeepschuim, welke onstonden doordat de door de door de huishoudens in de sloten geloosde zeepresten zich onder het ijs in de sloten hadden opgehoopt. Deze schuimbergen bedekten ook de kroosbrug die daardoor spiegelglad werd en het was derhalve behoorlijk opletten en uitkijken hoe men liep.

Na de afronding van de ruilverkaveling in de polder "Het Grootslag" (rond 1978),
verloor het gemaal te Broekerhaven zijn functie en werd het gebouw overbodig.
Per 1 juni werd het gemaal Grootslag II buiten gebruik gesteld. Hierna kwam het in particuliere handen.

minimum: 2 nachten

 

 

Contact:

Gerard en Truus